vergeten is ballingschap
Monumenten en herdenken: ze horen bij elkaar en versterken elkaar. Vanaf het stenen tijdperk hebben mensen herdacht en monumenten opgericht (Butterfield, 2003). Herdenken is een universeel verschijnsel en van betekenis in het proces van zelfherstel, voor het betrokken individu en diens samenleving na verlies of ingrijpende gebeurtenissen. Herdenkingsdiensten vonden én vinden veelvuldig plaats bij monumenten die uiteenlopend van vorm en aard zijn. Ze verbonden en verbinden nog steeds verleden, heden en toekomst met elkaar. Maar ook verbindt het individuele getroffenen met elkaar, getroffenen met niet-getroffenen, en getroffenen met de samenleving. Oftewel tegengestelde groepen komen zo bijeen en kunnen helende gezamenlijkheid ervaren door het meemaken van de herdenkingdienst (Hopman, 2001).
In de oorspronkelijke betekenis van het woord monumentum is al terug te vinden welke functies een monument kan vervullen. Monumentum komt van het Latijnse werkwoord monere. Monere wil zeggen: "onder de aandacht brengen", "herinneren", "vertellen over". Een monument is dus een ding dat die functie van onder de aandacht brengen, herinneren, vertellen over, in zich heeft ten aanzien van een persoon of gebeurtenis (Butterfield, 2003). Bij monumenten zijn functies te onderscheiden waardoor duidelijk wordt waarom zij zo"n zeggingskracht kunnen hebben. Het eerste wat een monument doet is een gebeurtenis markeren in tijd en ruimte (Post e.a., 2002). Zo kan die gebeurtenis een plek krijgen in het collectieve geheugen en kan & collectieve - troost levend worden houden. Door de markering in de ruimte is het monument een concrete en vaste plek waar mensen naar terug kunnen gaan om te herinneren of troost te vinden. Vanuit het perspectief van de betrokkene betekent een monument bovenal erkenning en herkenning van hetgeen gebeurd is en welk verlies geleden is. Doordat het er, "voor eens en altijd" staat, is het een tastbare vorm van erkenning en respect naar overledenen en betrokkenen bij de gebeurtenis. "Monumenten zijn vaak plekken van verlangen, ze zijn projecties van onmacht, van de gebrokenheid van de menselijke geest en van het universele drama." (van de Wint, 2007).
In de loop van de geschiedenis zijn uiteenlopend monumenten ontstaan, gemaakt van verschillend materiaal. "Dode" monumenten als stenen beelden, obelisken, stèles en levende monumenten zoals parken, tuinen, planten, of wandelpaden en labyrinten (USDA, 2003). Ook combinaties van levend en "dode" monumenten komen vaak voor: een monument uit graniet gehouwen of een in brons gegoten beeld krijgt zijn plek in een park. Ze staan op verschillende plekken: op publieke (drukke) plaatsen als pleinen, of in rustige tuinen, parken, begraafplaatsen, of (vlak) bij de plek des onheils. Tegenwoordig spelen de nieuwe multimediatechnologieën ook een rol. Na 9/11 kregen allerhande items als foto"s, geluidsartefacten, websites, wegblogs, verhalen en interviews de vorm van tijdelijke of meer permanente herdenkingsmonumenten (Kirshenblatt-Gimblett, 2003).
Voor ontwerp en uitvoering wordt een appèl gedaan op verschillende groepen. Soms schrijft de overheid of betrokken groep een wedstrijd uit voor het ontwerp. Kunstenaars of betrokken burgers kunnen dan reageren of een commissie maakt een keuze. Een andere keer is het een groep getroffenen, een organisaties of belangenvereniging die een ontwerp aandraagt voor het monument. Dan weer is het de kunstenaar die de vrije hand krijgt.
Bij belangrijke ingrijpende gebeurtenissen in het leven, als geboorte, trouwen en sterven hebben mensen overal en altijd gebruik gemaakt van rituelen (Van der Hart, 2003). Deze overgangs- of transitierituelen die in bepaalde samenlevingen nog steeds heel expliciet een overgang markeren van de ene sociale positie naar de andere, bieden een kader waarbinnen die verandering emotioneel beleefd en zichtbaar wordt. Men sluit bv. iets af, zoals dat bij begrafenis- en rouwrituelen betekent dat men afscheid neemt van een overleden geliefde. En iets nieuws moet worden opgestart: een leven waarin de partner niet meer fysiek aanwezig is. Rituelen maken dus voor betrokkenen en hun omgeving duidelijk dat een belangrijke verandering in het leven plaats vindt. Herdenkingsdiensten zijn ook rituelen die het mogelijk maken te beginnen met het afstemmen van gedrag en emotie op de veranderde situatie.
De belangrijkheid van rituelen is terug te vinden in een tweetal functies die zij kunnen vervullen. Allereerst heeft een ritueel een instrumentele structurerende functie: het biedt een kader of structuur om met de chaos om te gaan, die door het verlies of de ingrijpende gebeurtenis is ontstaan. Rituelen kennen altijd een "kop-middenstuk-en staart". Zo zijn er altijd een aantal onderdelen terug te vinden, vaak ook nog in een bepaalde volgorde. Bij bv. herdenkingsdiensten zien we vaak de volgende elementen: speeches, muziek of gedichten, kranslegging, een moment van stilte... Die structuur brengt rust en herkenning op een moment dat de chaos alles overstemt. Rituelen houden, soms ook letterlijk, de getroffen samenleving bij elkaar (Post, e.a., 2002). Het brengt de individuele getroffenen samen, maar ook de niet getroffenen met de getroffenen, waardoor zij betekenisvol en ondersteunend voor elkaar kunnen zijn (Scheff, 1977). Kortom cohesie kan zo bevorderd worden. Het gezamenlijk beleven en uitvoeren van het ritueel vermindert de kans op ontkenning en biedt de betrokkenen de erkenning die zo belangrijk is voor herstel. Rituelen kunnen dus het aanpassingsproces vergemakkelijken (De Vries, 1996).
Een tweede functie van rituelen betreft de expressieve functie. De veilige structuur van het ritueel, met zijn bekende onderdelen, maken het mogelijk op het verlies of de gebeurtenis te focussen en de erbij ontstane emoties te ervaren en te uiten. Diezelfde structuur helpt die vrijgekomen emoties echter weer te reguleren of kanaliseren waardoor ze beter hanteerbaar worden (Scheff, 1977; Douglas, 2001).
Herdenken krijgt veelal vorm binnen een ritueel; een herdenkingsdienst. Rouw staat hierbij vaak centraal (Schreuder, 1995). Bastiaans (1985) refereert aan het therapeutische effect dat herdenken kan hebben; het voltooien van gebeurtenissen uit het verleden door er stil bij te staan, ze te doorleven en te doorvoelen. Herdenken betekent ook in gezamenlijkheid herinneren en betekenis geven aan wat er gebeurd is. En vormt zo een sociaal platform voor de rouwenden, of een ontmoetingsplek voor getroffenen (Schreuder, 1995; Summerfield, (1995). Door te herdenken kunnen ook mogelijk consequenties uit het verleden worden getrokken, of blijft een aanklacht levend (Post, e.a., 2002). Het standbeeld De Dokwerker in Amsterdam waarmee de Februaristaking van 1941 wordt herdacht is symbool komen te staan voor verzet van burgers tegen antisemitisme en nazisme, van toen èn nu. Herdenken kan tevens verzoening mogelijk maken (Van Iersel, 2000). Door herdenken worden verschillende groepen met elkaar verbonden die soms tegengesteld aan elkaar lijken te zijn, zoals de getroffenen en de niet getroffenen, overlevenden en overledenen, jong en oud, daders en slachtoffers (Hopman, 2001; Godee, 1086). Bovenal biedt gezamenlijk en publiekelijk herdenken de troost, herkenning en erkenning die zo belangrijk zijn voor betrokkenen in het proces van herstel.
Referenties
- Bastiaans, (1985). J. Isolement, bevrijding en herdenking. In: Sfinx, vol. 14, 3, p 38-44
- Butterfield, A. (2003). Monuments and memories. What history can teach the architects at Ground Zero. In: The new Republic, febr., 3
- De Vries, M. (1996). Trauma in cultural perspective. In: Traumatic stress. The effect of overwhelming experience on mind, body and society. Kolk B. van der, McFarlane A.C. & L. Weisaeth (Eds.). New York/London; Guilford Press, p 399-413
- Douglas, M. (1976). Reinheid en gevaar. Utrecht/Antwerpen. Uitgeverij het Spectrum
- Hopman, B. (2001).De meervoudige betekenis van herdenken. ICODO info, 1
- Kirshenblatt-Gimblett, B. (2003). Kodak moment, Flashbulb memories: reflections on 9/11. In: TDR / The Drama Review, vol. 47, 1 (T177): 11-48
- Post, P., Nugteren, A. & H. Zondag. (2002). Rituelen na rampen. Verkenning van een opkomend repertoire. Kampen, Gooi & Sticht
- Scheff, T.J. (1977). The distancing of emotion in ritual. In: Current Anthropology, 18, 3, 483-490
- Schreuder, J.N. (1995). Herdenken tussen herinnering en hoop. Toespraak bij de herdenkingsbijeenkomsten op donderdag 17 augustus in de Martinikerk te Groningen
- Summerfield, S. (1995). Raising the dead. War, reparation and the politics of memory. In: British Medical Journal, vol 311, aug, p 495-497
- USDA Forest Service Living memorials Project Narratives (2003).
- Van der Hart, O. (red.).(2003). Afscheidsrituelen. Achterblijven en verdergaan. Zwets & Zeitlinger, Lisse
- Wint, R. van de. (2007). Brochure Stichting de Nollen, Den Helder, 2007
