Samenwerking

Bij de planning en uitvoering van de PSH zijn diverse organisaties betrokken. De GGD is daarbinnen een spin in het web. Dat betekent dat vanuit de GGD aan de voorkant goede afspraken gemaakt worden met GHOR, ketenpartners, bevolkingszorg en gemeenten. Bovendien zijn er de afgelopen jaren bovenregionale overlegstructuren ontstaan om als GGD'en van elkaar te leren een tijdens een ramp snel te kunnen schakelen als dat nodig is.

Direct naar:

Afspraken met ketenpartners

Landelijke overlegstructuren

Convenant met de GHOR

 

Afspraken met ketenpartners

In 2013 is een Modelconvenant PSH ontwikkeld dat als uitgangspunt dient voor het vastleggen van afspraken met partners. Diverse varianten hierop zijn intussen in gebruik in de regio's.

Afspraken met uitvoeringsinstanties moeten in elk geval duidelijkheid geven over de volgende aspecten:

  • De inzet van PSH-medewerkers

  • Het oefenen, trainen en opleiden van functionarissen ter voorbereiding op rampen

  • Welke diensten, taken en inzet (producten beschreven in outputtermen) partijen over en weer van elkaar kunnen verwachten

  • De wijze van melding en alarmering

  • De wijze van op- en afschaling

  • Leiding en coördinatie

  • De onderlinge kostenverdeling tussen partijen

  • De wijze van overleg tussen partijen.

Elke GGD is vrij om te bepalen met welke partnerorganisaties zij wil samenwerken. Vanuit de principes die beschreven worden in de Multidisciplinaire Richtlijn PSH, is het raadzaam om hulpverleners vanuit 0e, 1e en 2e lijn bij een calamiteit te betrekken. Behalve bovenstaand lijstje in het kader van het convenant, is het goed om ook afspraken te maken over de kwaliteit van de te leveren ondersteuning en bijvoorbeeld over de wijze van evalueren.

Taken en rollen van ketenpartners en andere betrokken partijen staan beschreven in het document Psychosociale hulp bij rampen en crises, inventarisatie rollen en taken van betrokken partijen. Dit document bevat een inventarisatie van zelfgerapporteerde taken en verantwoordelijkheden, het is geen blauwdruk of instructie, maar een hulpmiddel. Buiten de eigen 'kolom' is vooral de goede samenwerking en afstemming met Bevolkingszorg belangrijk. Op IFV Kennisplein is hierover veel informatie en documentatie te vinden.

Geestelijk verzorgers zijn hierin niet opgenomen; zij maken niet standaard deel uit van het PSH-team. Dat neemt niet weg dat zij een rol kunnen spelen bij de opvang. Het is daarom verstandig om als PSH-procesleider of als team contacten te onderhouden met geestelijk verzorgers en op de hoogte te zijn van hun aanbod, werkwijze en bereikbaarheid. In sommige regio’s is dit belegd bij de lokale overheid. Een handig hulpmiddel voor het overleg met geestelijk verzorgers is de handreiking ‘Rampenspirit’ (Impact 2011). Dit boekje biedt zowel tips voor de ondersteuning die geestelijk verzorgers kunnen bieden, als voor een structuur waarin bereikbaarheid en afstemming geregeld is.

Bij zaken waarbij kinderen betrokken zijn, zoals gezinsmoorden of zedenzaken op scholen, kan het PSH-team worden uitgebreid met bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg (BJz), Meldpunt Veilig Thuis, Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), en het Kinder- en Jeugdtraumacentrum (KJTC).

Ook vrijwilligersorganisaties, zoals buurtorganisaties of sportclubs kunnen een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld bij het contact leggen met mensen. Ook kunnen ze worden ingeschakeld bij activiteiten in de sfeer van de collectieve rouwverwerking. Het is niet mogelijk en niet nodig om deze organisaties op een dergelijke rol voor te bereiden. Ze kunnen die juist spelen vanuit hun natuurlijke functie binnen de gemeenschap. Wel is het van belang om als procesleider een aanspreekpunt te hebben en in de besluitvorming rekening te houden met de mogelijke rol van dergelijke organisaties.

 

Naar boven

 

Landelijke overlegstructuren 

In augustus 2014 is het Programmacollege PSH van start gegaan. Dit initiatief namens GGD/GHOR Nederland en RIVM/cGM kwam voort uit de behoefte aan een landelijk adviesorgaan dat in de koude fase sturing geeft aan het proces PSH. Het Programmacollege komt drie keer per jaar bij elkaar en wordt gevormd door vertegenwoordigers van landelijke organisaties die betrokken zijn bij de voorbereiding en uitvoering van het proces PSH. In 2016/2017 is een Koers en werkprogramma opgesteld voor 2017-2022. Het Programmacollege monitort de uitvoering hiervan.

In de loop van 2015 heeft daarnaast de Vakgroep PSH vorm gekregen. Deze komt ook drie keer per jaar bij elkaar en bestaat uit vertegenwoordigers vanuit alle regio's. In de vakgroep vindt afstemming en uitwisseling plaats over thema's die in meerdere regio's spelen en worden documenten opgesteld en getoetst. De vakgroep heeft een adviserende en toetsende rol naar het Programmacollege. In het document Overleg- en ondersteuningsstructuur PSH worden samenstelling en taken van de groepen beschreven.

 

Naar boven

 

Convenant met de GHOR

Voor de afspraken tussen GHOR en GGD is in 2011 een Modelconvenant Publieke Gezondheid opgesteld. Dit convenant omvat afspraken over:

  • Alarmering

  • Op- en afschaling

  • Leiding en coördinatie

  • Informatievoorziening en – management

  • Communicatie

  • Afstemming over rollen bij de ontwikkeling van een regionaal risicoprofiel en regionaal crisisplan

  • Positie, opleiding, training en oefening van leiders kernteam en leiders opvangteam

  • Betrokkenheid bij reguliere activiteiten die mogelijk tot opschaling leiden.

 

Naar boven