Uitdaging 2: Registratie

De PSH heeft belang bij een zo compleet mogelijk overzicht van de getroffenen en hun contactgegevens. In Nederland wordt gebruik gemaakt van Slachtoffer Informatie Systematiek (SIS). Getroffenen die aanwezig zijn bij een officiele opvanglocatie worden geregistreerd in SIS. Het SIS richt zich op het informeren van verwanten van niet-zelfredzame en verminderd zelfredzame slachtoffers. Registratie dient echter meer doelen dan alleen het informeren van verwanten. Een adequate registratie is onmisbaar om getroffenen te kunnen benaderen en te kunnen monitoren over de tijd heen. Dit maakt het voor de overheid of betrokken organisaties mogelijk gedurende een langere periode te volgen hoe het met getroffenen gaat en wat de impact van het incident is. Om die reden dient er voor de groep getroffenen die niet aanwezig was bij een opvanglocatie een mogelijkheid te zijn zich op een andere manier te registreren via een aanvullend registratiesysteem naast SIS. Dat kan via een éénloketfunctie of een ander aangewezen (online) registratiepunt.

Aanslagen zorgen voor een ​omvangrijke en diverse groep ​getroffenen. Zo zijn er vaak veel ​gewonden, getroffenen die zich ​bij een opvanglocatie melden, ​familie en vrienden die vragen om informatie of getroffenen die in eerste instantie wegvluchten van de plek en zich pas op een later moment realiseren ​wat de impact op hen is. Het registreren van ​aanwezigen in een opvanglocatie geeft slechts inzicht in een beperkt gedeelte van de groep die ​ondersteuning nodig kan hebben. Het is belangrijk dat afspraken met ketenpartners worden gemaakt over het verkrijgen van relevante informatie van getroffenen, wie lijsten beheert en hoe deze worden gedeeld. Met name een pro-actieve en outreachende houding om mensen te motiveren zich te registreren als getroffene van de aanslag is van belang. Houd wel rekening met de heersende privacy wetgeving. Op deze manier kan er zorg worden gedragen voor getroffenen op langere tijd. 

Na de aanslagen in België werden op verschillende locaties en door verschillende organisaties gegevens van getroffenen geregistreerd. Zo beschikte de gemeente over persoonsinformatie maar ook de politie had een eigen registratie. Deze lijsten waren soms onvolledig of bevatten onjuiste informatie en werden in eerste instantie niet met elkaar gedeeld. Ook was er geen vast punt waar alle informatie werd verzameld. Toch bleek de politie veel te hebben aan de gegevens die Slachtofferhulp, de gemeente en het Rode Kruis hadden verzameld. Het Rode Kruis had behoefte aan meer zicht op wie er bij de politie stond geregistreerd om op die manier het hulpaanbod af te kunnen stemmen. Na veel wikken en wegen hebben een aantal organisaties lijsten gedeeld. Echter, iedere organisatie paste de lijst weer aan met nieuwe informatie die vervolgens niet met andere partijen werd gedeeld. Tot op de dag van vandaag blijken er mensen geen hulpaanbod te hebben gekregen, terwijl ze wel bij een bepaalde partij stonden geregistreerd.

Vraag getroffenen waarmee al contact is naar mogelijke andere getroffenen in hun omgeving en check of deze personen al zichtbaar zijn bij hulpdiensten. Zo is er in Manchester aan geregistreerde concertgangers gevraagd een vragenlijst over het persoonlijke welzijn door te sturen naar andere getroffenen in hun netwerk.

 

Ga verder naar Uitdaging 3: kwaliteit en continuïteit van hulpverleners