Uitdaging 4: Getroffen samenleving

Intimidatie en het creëren van collectieve angst is een belangrijk doel van terrorisme. Democratische waarden van een samenleving worden aangevallen en komen onder druk te staan. Het heeft daardoor grote impact op de samenleving als geheel. Iedereen voelt zich slachtoffer en het gevoel van veiligheid is aangetast. Hierdoor kan een gebrek aan sensitiviteit van de maatschappij en politiek voor het individuele leed ontstaan en wordt het collectieve slachtofferschap leidend. PSH bij aanslagen dient zich dus te richten op die verschillende lagen en belevingen van ‘slachtofferschap’ en het vinden van een balans tussen individuele en collectieve behoeften in het herstel. Zingeving en betekenisgeving vanuit de politiek kan daarbij een belangrijke rol spelen.

Het verschil tussen een terreuraanslag en een ‘gewone’ ramp, is dat een aanslag niet alleen gericht is op een specifieke organisatie maar in feite ook op de natie. Dat vraagt om respons op verschillende niveaus: nationaal, gemeenschappen, organisaties, families, individuen. Het is zaak al die levels te adresseren en niet alleen de focus te leggen op individuen. Een organisatie of gemeenschap in crisis moet zelfstandig een manier vinden om te 'overleven', dat hangt niet alleen af van het welzijn van de betrokken individuen. Een terreuraanslag vraagt andere dingen van leiderschap, samenwerking, verantwoordelijkheden, preparatie op community-niveau.

Focusgroep Noorwegen

Over de impact van een aanslag op de samenleving en de bestuurlijke uitdagingen die dat met zich meebrengt, publiceerden IFV en InHolland Veerkrachtig omgaan met aanslagen: advies voor bestuurders (2017). Zie voor specifieke informatie bij een aantal belangrijke doelgroepen de betreffende pagina in deze toolkit.

 

Ga verder naar Uitdaging 5: Rijk en regio