Uitdaging 5: Rijk en regio

Bij een ramp of crisis is er een wettelijke taakverdeling tussen het Rijk, de regio’s en andere partners. In de meeste gevallen wordt een crisis opgevangen door de lokale of regionale autoriteiten zoals de gemeente of veiligheidsregio. Bij een regio-overstijgende of nationale crisis - zoals een terroristische aanslag - heeft de Rijksoverheid een belangrijke rol in de coördinatie van de nafase. Het Nationaal Crisiscentrum (NCC) faciliteert informatiemanagement en crisiscommunicatie op Rijksniveau.  

  • Een aanslag ergens in Nederland heeft nationale impact. Ook al is de aanslag gepleegd in een (of meerdere) regio(’s), het hele land zal snel reageren. Daar zal de politiek naar moeten handelen. Het betekent niet dat de regio direct alles aan de Rijksoverheid kan overlaten. Afhankelijk van de omvang en spreiding, benodigde capaciteit en politieke complexiteit, kan de Rijksoverheid drie rollen aannemen (afzonderlijk of simultaan): faciliteren, richting geven en sturen.  
  • Duiding en erkenning vanuit het Rijk is belangrijk voor getroffenen. Gebrek aan erkenning is een vaak gehoorde klacht van getroffenen van diverse aanslagen in de afgelopen jaren. Na de aanslag op de kerstmarkt in Berlijn (december 2016), heeft de regering niet adequaat gereageerd en daar een jaar later excuses voor gemaakt.  
  • De rol van de burgemeester is belangrijk in het bieden van een luisterend oor en erkenning. Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters heeft diverse informatie en handreikingen ter beschikking. Zoals de “De Burgemeester als Boegbeeld” en “Bestuurlijke aandachtspunten bij crises”. 

De rol van politici is heel belangrijk. Ze kunnen veel betekenen maar beseffen vaak niet de relevantie van hun woorden en daden. Het grote punt is dat mensen zich niet gekend, erkend, gehoord voelen. – FGD België

Het is dus van groot belang goed te coördineren tussen de regio(’s) en het Rijk: wie doet wat en wanneer. De taken zijn duidelijk, maar de tijdigheid moet goed afgestemd worden om negatieve gevolgen te voorkomen. Zo moet er bijvoorbeeld snel duidelijkheid zijn over de regie op het gebied van communicatie en herdenken: 

  • Wanneer worden persberichten en persconferenties uitgezet, wat wordt er gezegd en wie zijn daar vertegenwoordigd? Het is belangrijk om deze zaken af te stemmen op lokaal en nationaal niveau en de communicatiekaders en kernboodschappen te bepalen. 
  • Stem af met de (nationale) perswoordvoerder wanneer er een voorlichting plaatsvindt. Bedenk of er bijvoorbeeld gecommuniceerd moet worden over een informatienummer/-punt. Is er een landelijk nummer en informatie- en verwijscentrum of ligt dit bij de (bron)regio?  
  • Wat is het juiste moment en de juiste plaats voor een herdenking? Getroffenen zijn daar vaak later aan toe dan ‘de rest van Nederland’. Ook de politiek speelt hier allerlei overwegingen. Vaak ontstaan lokaal al heel snel initiatieven om medeleven of boosheid te delen. Het is aan de regio’s om hierin waar nodig te stroomlijnen of te ondersteunen. Een landelijke herdenking moet door de Rijksoverheid besloten worden. 

Op nationaal niveau komt hiervoor het Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie (NKC) in actie. Het NKC fungeert als knooppunt van informatie vanuit de rijksoverheid op het gebied van pers- en publieksvoorlichting. Het kan worden opgeschaald bij incidenten waarbij het gezag (nog) decentraal ligt maar die mogelijk uitstraling op nationaal niveau hebben en/of meerdere departementen raken.

Voor de directe zorg en ondersteuning aan getroffenen is het van belang om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de lokale situatie en het lokale aanbod. Hierin heeft de regio dus weer een belangrijke rol, waarbij afstemming tussen regio’s van belang is om gelijkheid in aanbod en kwaliteit te borgen.  

Een beknopt overzicht van de verantwoordelijkheden van diverse betrokken partijen bij crises is beschikbaar op de website van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Een uitgebreider overzicht van de taken en rollen vindt u in het document “Psychosociale hulp bij rampen en crises, inventarisatie rollen en taken van betrokken partijen”. Dit document bevat een inventarisatie van zelfgerapporteerde taken en verantwoordelijkheden, het is geen blauwdruk of instructie, maar een hulpmiddel. 

Hoofdstuk 4 van de “Handreiking Terrorismegevolgbestrijding” van de NCTV schetst met duidelijke voorbeelden ook situaties waarbij het Rijk en de regio goed moeten samen werken. Deze handreiking is op te vragen bij de NCTV

Bij een aanslag kan via het Nationaal Crisiscentrum (070) 751 54 00 direct op ambtelijk, communicatief of bestuurlijk niveau contact worden gelegd tussen de nationale en lokale/regionale betrokkenen.